Vlietpolder

Activiteiten kalender

28

oktober

VANAde 20 jaar
» Lees meer

16

februari

"natuur in het boerenland"
» Lees meer

17

februari

WINTER stampotwandeling
» Lees meer

Word vrijwilliger

Wilt u zich ook inzetten voor het behoud van ons karakteristieke veenweide landschap? » Word vrijwilliger

Word lid

Bovenal is onze doelstelling uit te groeien tot een actieve vereniging met enthousiaste leden.

Wellicht wilt u zich ook inzetten voor het behoud van ons karakteristieke veenweide landschap? Dit kan door u als lid op te geven en daar hoeft u geen agrariër voor te zijn. » Mail Frans Jansen

De Vlietpolder


De ruim tweehonderd hectare metende Vlietpolder werd op 8 mei 1653 gesticht door samenvoeging van vier kleinere polders tot één grote polder. Het ontstaan van die vier poldertjes gaat nog zo'n honderd jaar verder terug tot het midden van de zestiende eeuw. Aan de noordzijde wordt de Vlietpolder begrensd door de Kromme Does. Deze veenstroom werd zelfs al voor 1200 doorgetrokken naar de Rijn, met name voor een betere ontwatering. Aan de noordzijde van deze stroom is het dorpje Hoogmade ontstaan. De dijk van de Vlietpolder aan de Does is een openbaar pad en is nu onderdeel van de Wijde Aa wandelroute. Vanaf 1872 zijn de beide Doesoevers met elkaar verbonden door een brug. Drie jaar eerder (1869) werd de brug bij Woubrugge aangelegd. Een eerdere brug in Woubrugge was in 1505 weggehaald om ruim baan te maken voor de scheepsvaart tussen Amsterdam, Haarlem en Rotterdam. Daar moest het veen naar toe. De gemeente Woubrugge was toen heel welvarend. Maar na het veen kwamen de kolen, stoommachines etc. en het transport over de weg nam toe. Toen er later geen werk meer was voor de veenlieden vestigden zij zich o.a. in de dorpen die langs de weteringen waren ontstaan. De weteringen kregen hun oorspronkelijk functie weer terug, berging en transport van overtollig water. De waterschappen moesten zorgen voor afwatering in hun eigen gebieden richting Zuiderzee. Hier werd de Does voor vergraven en enkele weteringen richting open water.

Aan de westzijde wordt de Vlietpolder begrensd door het buurtschap Ofwegen. De Vlietpolder is wegens de vele stronken in het veen niet uitgeveend. Het verhaal wil dat het woord Ofwegen een verbastering is van hofwegen. Vanuit Koudekerk zou al een hofhouding, voorlopers van de graven van Holland, zich met de ontginning hebben bemoeid. In de Vlietpolder bevindt zich een authentiek pestbosje met het behorende slootje erom heen. Tot rond 1886 was het gebruikelijk dat zieke en dode dieren niet van het erf mochten, dus op eigen terrein begraven moesten worden. Wij moeten dan denken aan besmettelijke bacterie ziekten als vuur en pest. De begraafplaatsen mochten niet meer voor begrazing gebruikt worden vanwege het besmettingsgevaar, vandaar dat er ook een slootje omheen gegraven werd.


De Vlietmolen


Aan de dijk ligt ook een geriefhoutbosje. Dit bosje staat bekend als het ‘Galgenbosje’, het gerucht gaat dat hier iemand zou zijn opgehangen Het pad wat ernaast loopt, officieel de Vlietkade, wordt in de volksmond ook wel naar de opgehangen persoon, het Gijsgijsenpad, genoemd. De Vlietmolen staat ook aan de noordzijde van de Vlietpolder. De Vlietmolen werd op 30 mei 1913 door de bliksem getroffen en stond in minder dan geen tijd in lichterlaaie. De molen ging om. De toenmalige molenaar Dirk Borst had graag gezien dat de afgebrande molen vervangen zou worden door een nieuwe wipmolen. Maar of er een nieuwe molen zou komen stond niet vast. Aanvankelijk werd er een mechanisch noodgemaal geplaatst. Maar juist toen het polderbestuur eens kwam kijken naar de capaciteiten van het gemaal weigerde het alle dienst. Het bestuur nam alsnog het besluit een nieuwe molen te plaatsen. Het lot echter, was de Vlietmolen niet gunstig gezind. In de nacht van 27 op 28 september 1956 stortte tijdens een zware storm, door het breken van de bovenas, het wiekenkruis omlaag. Sindsdien was de “onthoofde “ molen een doorn in het oog van velen. Er werd vergunning gevraagd voor het slopen van het bovenhuis. De ondertoren moest behouden blijven want daarin woonde het molenaarsgezin Elstgeest met negen kinderen. De sloopvergunning werd gelukkig geweigerd en de molen werd in 1968 gerestaureerd. In 2001-2002 volgde een tweede restauratie, waarbij de molen weer maalvaardig is gemaakt.Tot 1929 bezat de molen een scheprad. In 1929 werd een schroefpomp ingebouwd. Naast de molen bevindt zich tegenwoordig een vijzel, waarmee het water wordt opgevoerd. Omdat de overbrenging onder de vloer ligt, is de molen inwendig voor een wipmolen vrij ruim. Het nieuwe gemaal dat zorgt voor de bemaling van de Vlietpolder staat schuin naast deze molen en is in 2015 grondig gerenoveerd. Bij de molen eindigt de door de polder heen stromende en hem naamgevende Vliet.


Natuurwaarde


Langs de dijk zijn een aantal waterplanten te zien, zoals de Gele Lis, Watermunt, Moerasvergeetmenietje, Beekpunge en Kalmoes. De Kromme Does en de Wijde Aa zijn ook overwinteringsgebied voor waterwild zoals Smienten, Krakeend, Kuifeend, Pijlstaart en Brilduiker. In de Vlietpolder ligt een van de weidevogelkerngebieden in onze regio en er wordt actief aan weidevogelbeheer gedaan. Er is dan o.a. nestenbeheer, uitgesteld maaien en plas dras. Soorten als de Scholekster, Kievit, Tureluur en Grutto worden daar mee beschermd. Een van de gevaren die een bedreiging vormen voor de weidevogels zijn de roofdieren. In de Vlietpolder is dat nog niet de Vos, maar wel roofvogels. Zo zit er in “het grote bos” langs de provinciale weg richting Woubruggge een Buizerd. Roofvogels zijn echter ook beschermingswaardige vogels. Naast weidevogelbeheer is er ook aandacht voor de waterkwaliteit. De kwaliteit van het water wordt mede afgelezen aan de planten in de sloten. Grof Hoornblad, Kroos en algen ('flap') zijn veel voorkomende waterplanten. Die groeien goed in een voedselrijke omgeving. Ze nemen echter het licht weg van de waterbodem, waardoor andere planten geen kans krijgen om te groeien. Op meerdere plaatsen in de Vlietpolder, met minder Kroos en flap, groeit er Aarvederkruid, Krabbescheer en Fonteinkruid, zij vormen een indicatie van schoon, minder voedselrijk water.

 

Boerderij Buitenverwachting


Aan de zuidzijde wordt de Vlietpolder begrensd door de Ruige Kade. Hier grenst de polder aan de achterkant aan de ontginningen vanuit de Rijn. , aan de oostzijde wordt de polder begrens door de Groenwegh. Tot 1959 was dit de Jufferswetering. Deze stond in open verbinding met de Does. In die tijd was de enige verbinding naar buiten via het water. De boeren gingen per boot naar hun koeien en namen ook de melk op de boot mee. Aan het einde of het begin van de Groenweg staat de pleisterplaats van Boerderij Buitenverwachting. Deze pleisterplaats is een vrij toegankelijke rustplaats voor fietsers en wandelaars met toilet, melktap, voedselautomaat en picknicktafel. Hier is ook meer informatie over het gebied en de flora en fauna te verkrijgen. De pleisterplaats levert een waardevolle bijdrage aan de recreationele infrastructuur van het gebied. Voor meer info zie boerderij buitenverwachting